Geschiedenis
KA Pitzemburg is gehuisvest in een uniek historisch gebouw dat voor een deel onder toezicht staat van monumentenzorg. Het gebouw maakt al 800 jaar deel uit van de Mechelse geschiedenis. Dan verdien je wel een beetje extra aandacht…
Vijf eeuwen lang huisvestte het domein de Commanderij van de Duitse Ridderorde (1221-1794). Twee jaar na het ontstaan van België begon het gebouw dienst te doen als onderwijsinstelling: eerst als Stadscollege (1832-1881) en daarna als Koninklijk Atheneum (sedert 1881).
Wie wil weten hoe het gebouw er vroeger uitzag vindt in de Chorographia Sacra Brabantia van Antonius Sanderus twee prachtige gravures van R. Blockhuijsen. De tekening met het opschrift Domus Pitzenburgica Pars Anterior toont het hele complex met de rechthoekige binnenplaats en de intussen verdwenen kapel en poortgebouw, gezien vanaf de Bruul. De afbeelding Domus Pitzenburgica Pars Posterior toont de gebouwen gezien vanuit het park.
De praal van de commanderij was indertijd zo bekend dat zij geregeld dienst deed als residentie voor voorname personen. Van de rijk gestoffeerde oorspronkelijke inrichting, de fraaie lambriseringen, het wandbehang en het goudleder bleef helaas niets meer over, behalve de hangende spiraaltrap met een sierlijke eiken aanzet en de gekleurde glasmotieven in de grote toegangsdeuren van de centrale hal.
In 1827 kwam het hele domein in handen van de stad Mechelen. Het reeds bestaande en slecht behuisde Stadscollege werd er in ondergebracht. De onderwijsinstelling kreeg meteen een nieuwe naam : College Communal de Pitzembourg. Het klerikale Stadsbestuur sloot met het aartsbisdom een om de tien jaar te vernieuwen overeenkomst af, waarbij de organisatie en de directie van het college overgelaten werd aan de geestelijke overheid. De school bezat een afdeling Grieks-Latijn en een afdeling Handel en Nijverheid, en ze bereidde de studenten voor op hogere studies. Stilaan werden er ook al lessen gegeven door wereldlijke leraars en op vraag van de Stad werd het onderwijs uitgebreid met cursussen in fysica en levende talen.
In 1863, na het verstrijken van weer een tienjarige termijn, wenste het toenmalige liberale Stadsbestuur aan het college een degelijke wetenschappelijke afdeling toe te voegen. Ze wilden ook het hoger toezicht over de school laten uitoefenen door het College van Burgemeester en Schepenen. Dit werd door de aartsbisschop niet aanvaard. De gemoederen raakten verhit. Na een woelig debat in de gemeenteraad werd met een meerderheid besloten niet alleen de lopende onderhandelingen stop te zetten en geen nieuwe overeenkomst meer af te sluiten, maar bovendien het Stadscollege autonoom te maken en een beroep te doen op de steun van het Rijk.
In Mechelen was deze historische beslissing de rechtstreekse aanleiding tot het ontstaan van twee nieuwe onderwijsinstellingen met een sterk uiteenlopende visie : enerzijds het vooruitstrevende liberale Stadscollege, gevestigd in Pitzemburg, en anderzijds het conservatieve katholieke St-Romboutscollege, inderhaast op de Veemarkt ingericht door de kerkelijke overheid. In de beide scholen werden de lessen aangevat op dezelfde dag : 6 oktober 1863 !
Het nieuwe Gemeentelijk College omvatte een volledige zesjarige humanioracyclus en een wetenschappelijke afdeling in de hoogste drie klassen. De school kende een geleidelijke groei, maar werd onvermoeibaar gekweld door de klerikale fractie in de gemeenteraad. Zo werd in 1877, ondanks een liberale meerderheid aan zetels, het budget voor het Gemeentelijk College verworpen door de stem van een overloper. Gedurende een jaar kon de school overleven als een 'Vrij Wereldlijk College' dankzij de privébijdragen van vele burgers. Na de verkiezingen van 1878 besloot de versterkte liberale meerderheid in de gemeenteraad onmiddellijk het Gemeentelijk College te heropenen en al het onderwijzend personeel terug over te nemen.
Om de instelling voortaan niet meer de speelbal te laten zijn van de plaatselijke partijpolitiek en tevens kosten uit te sparen voor de Stad, besloot de gemeenteraad in 1881 wijselijk het Stadscollege over te dragen aan het Rijk. Koninklijk Atheneum Pitzemburg was geboren. Aanvankelijk verschilde de structuur weinig van zijn voorganger, maar spoedig kwam er naast de wetenschappelijke afdeling in de hoogste drie klassen ook een handelsafdeling. Omstreeks 1900 werd de Latijnse afdeling opgesplitst in Latijn-Grieks, Latijn-Wiskunde en Latijn-Wetenschappen. Later werd de wetenschappelijke afdeling opgedeeld in Wetenschappelijke A (sterk wiskunde) en Wetenschappelijke B. De handelsafdeling werd omgevormd tot Economische. Deze structuur bleef vrijwel ongewijzigd tot in 1975, toen in het Rijksonderwijs nieuwe pedagogische opvattingen hun intrede deden.
Op het domein werden in deze periode de vroegere stallingen vervangen door een nieuw gebouw. En op de plaats van de monumentale orangerie - serres, die zwaar beschadigd waren, kwam een polyvalente turnzaal en een vleugel met moderne laboratoria en gespecialiseerde klaslokalen.
Vandaag bevindt zich achter de oude gevels een moderne school. Maar het KA Pitzemburg is haar verleden niet vergeten. Haar embleem draagt zowel het wapenschild van Mechelen ter herinnering aan het Stadscollege als de pelikaan, zoals op het zegel van de vroegere Commanderij van Pitsenburg.
